De ontwikkelingsinstelling als spil voor onderzoek en ontwikkeling

Het beleidslabel 'Ontwikkelinstelling' is een strategische last geworden. Door het te combineren met 'Talentontwikkeling' hebben we deze instellingen neergezet als zachte, upstream dienstverleners voor de gevestigde orde.

Nu de richtlijnen voor de basisinfrastructuur (BIS) voor 2029-2032 vorm krijgen en Rianne Letschert bij het ministerie komt werken, moeten we de functie van de Ontwikkelinstelling herdefiniëren. We zijn geen scholen die mensen klaarmaken voor de arbeidsmarkt, maar R&D-laboratoria voorde samenleving.

1. De politieke realiteit: een minister van Wetenschap

De benoeming van Rianne Letschert (D66) tot minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap biedt een cruciale kans. Voor het eerst sinds jaren is Cultuur een volwaardige ministerportefeuille en niet meer ondergebracht bij een staatssecretaris. We hebben hier te maken met een voormalig rector magnificus die begrijpt dat een gezond systeem grondig onderzoek vereist.

Letschert is mede-auteur van het standpuntdocument 'Ruimte voor ieders talent (erkenning & beloning) '. Ze spreekt de taal van valorisatie, maatschappelijke impact en slimmere samenwerking. Aangezien de coalitie geen nieuw geld beschikbaar stelt, wordt de sector gevraagd om "zich een weg uit de stagnatie te innoveren". Als de Ontwikkelinstelling haar benadert met de sentimentele taal van "jong talent koesteren", zal dat worden afgedaan als een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.

Als we de Ontwikkelinstelling echter beschouwen als de R&D-afdelingvan de sector – het noodzakelijke laboratorium dat voorkomt dat het ecosysteem onder zijn eigen gewicht bezwijkt – sluiten we aan bij de kern van haar portefeuille.

Strategische verschuiving: "Talentontwikkeling" vraagt om liefdadigheid. De "Ontwikkelinstelling" moet structurele R&D-waarde bieden.

2. Status quo: de definitie van een nederlaag

Om te begrijpen waarom we kwetsbaar zijn, moeten we kijken naar hoe we momenteel worden gedefinieerd. In de Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2025–2028 wordt de Ontwikkelinstelling bijna uitsluitend in logistieke termen gedefinieerd.

Volgens artikel 3.47 van de verordening wordt het profiel bepaald door:

  1. Ontwikkeling: Bijdragen aan de ontwikkeling van een specifiek genre of talent.

  2. Doorstroming: Fungeren alsschakel omdoorstroming naar presentatie-instellingen te vergemakkelijken.

Deze definitie is fataal. Ze positioneert de Ontwikkelinstelling als een tijdelijk station – een plek waar mensen langskomen op weg naar het 'echte' werk. Ze definieert onze waarde aan de hand van wie ons verlaat, niet aan de hand van wat blijft. Ze reduceert ons werk tot HR-logistiek voor de grote instellingen.

We moeten deze definitie verwerpen. Een Ontwikkelinstelling is geen wachtkamer voor de Schouwburg; het is het laboratorium waar het toekomstige besturingssysteem van de Schouwburg wordt geschreven.

3. De horizon van acht jaar: waarom R&D tijd nodig heeft

De Raad voor Cultuur heeft in zijn adviesrapport over het financieringssysteem expliciet geadviseerd om over te stappen op subsidiecycli van acht jaar. Voor de Ontwikkelinstelling is dit geen luxe, maar een existentiële noodzaak.

In de wetenschap wordt algemeen aanvaard dat fundamenteel onderzoek een lange adem vereist. Je kunt een doorbraak niet inplannen voor het derde kwartaal van een vierjarenplan. Toch dwingen we ontwikkelingsinstellingen om succes op korte termijn te simuleren. Dit stimuleert 'veilige' innovatie – kleine variaties op bekende thema's – in plaats van de radicale veranderingen op systeemniveau die we eigenlijk nodig hebben.

Emoves functioneert als een laboratorium. Of we nu prototypes ontwikkelen voor nieuwe bestuursmodellen in de stedelijke sport of 'Sovereign European Stacks' testen voor digitale ethiek, we doen werk dat de grote instellingen (de Eredivisie) te zwaar vinden om te riskeren. Zij hebben de Ontwikkelinstelling nodig om de risico's van acht jaar te nemen, zodat zij de successen van twee jaar kunnen overnemen.

4. Systeeminnovatie versus contentproductie

De huidige definitie is gevaarlijk beperkt: jonge kunstenaars helpen betere kunst te maken. Dit is een productielijnmentaliteit.

De verschuiving naar R&D betekent dat de focus ligt op het systeem, niet alleen op het product.

  • Oud model: "Hoe krijgen we deze danseres op een groot podium?"

  • R&D Pivot: "Hoe kan het dansecosysteem overleven als de subsidies opdrogen? Hoe kunnen we digitaal bestuur integreren in liveoptredens?"

Bij Emoves betekent onze focus op 'schone energie' dat we niet alleen evenementen organiseren, maar ook de ondergrondse infrastructuur bouwen die deze mogelijk maakt. We leggen de fundamenten, letterlijk in het geval van onze restauratie van Park 65, en figuurlijk in het bestuur van de sector.

5. Decentralisatie: de 'blauwe oceaan' van het Zuiden

Het oude beleid van 'regionale spreiding' draaide om eerlijkheid: het verdelen van de koek. De nieuwe R&D-logica draait om gedistribueerde computing. Een Ontwikkelinstelling in de Brainport-regio (Eindhoven/Helmond/De Peel) verwerkt andere gegevens dan een Ontwikkelinstelling in Amsterdam. We zijn geen 'provinciale afdeling', maar een gespecialiseerd knooppunt in een nationaal netwerk. Onze recente uitbreiding naar de regio's Kempen/Peel met Meneer Rick is een 'Blue Ocean'-strategie: het vinden van een onbetwiste marktruimte waar culturele innovatie echte maatschappelijke wrijvingen kan oplossen, in plaats van te concurreren om aandacht in verzadigde stadscentra.

6. De oproep tot actie

De sector heeft een keuze. De Ontwikkelinstelling kan de 'Talentafdeling' blijven – een kostenpost die als eerste wordt geschrapt wanneer de budgetten worden gekort. Of ze kan zich omvormen tot de R&D-afdeling– de motor van toekomstige groei die onmisbaar is voor de minister.

Minister Letschert weet dat een universiteit zonder onderzoek slechts een school is. Een culturele sector zonder onderzoek en ontwikkeling is slechts een museum.

Belangrijkste referenties

  1. Nieuwsanalyse: Hoe groot is het cultuurhart van Rianne Letschert? (NRC)
    Analyse van NRC (12 februari 2026) waarin wordt bevestigd dat Cultuur weer een ministerie wordt en dat de focus ligt op "slimmer samenwerken".

  2. Beleidsdefinitie: Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2025–2028 (Art 3.47)
    De officiële wettekst definieert 'Ontwikkelinstellingen' louter als logistieke schakels in de talentketen.

  3. De filosofie van de minister: Ruimte voor ieders talent (standpuntnota)
    Het specifieke beleidskader, mede opgesteld door Rianne Letschert, waarin maatschappelijke impact belangrijker wordt geacht dan eenvoudige outputstatistieken.

  4. Het systeemadvies: Raad voor Cultuur: Advies Financieringssystematiek
    Het officiële adviesrapport waarin de 8-jarige cyclus als structurele noodzaak wordt aanbevolen.

  5. Het economische argument: Mariana Mazzucato: De ondernemende staat
    De fundamentele tekst waarin wordt betoogd dat de staat risicovolle R&D in een vroeg stadium moet financieren omdat de markt (of gevestigde instellingen) dat niet doen.

Jorge Alves Lino

Jorge Alves Lino-de Wit is een cultureel systeemarchitect die governance onderzoekt als ontwerpmiddel. Hij ontwerpt en bouwt responsieve organisatiestructuren die cultuur in staat stellen te floreren in het digitale tijdperk.

https://jorgealveslino.com
Vorige
Vorige

The Sovereign Stack: Waarom 'digitaal = bestuur' betekent dat je het standaardmodel moet loslaten

Volgende
Volgende

Bestuur als besturingssysteem | De evaluatie van de provincie Noord-Brabant