De bureaucratie van waarschijnlijkheid

Op 1 februari 2026 heeft het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie zijn nieuwe Richtlijn gebruik Generatieve AI. Dit beleid maakt formeel een einde aan het tijdperk van 'Don't Ask, Don't Tell'-schaduw-IT in de Nederlandse culturele sector. Het verschuift terecht de aansprakelijkheid naar de aanvrager en eist volledige transparantie over het gebruik van generatieve tools.

Vanuit het perspectief van "Digitaal = Bestuur" is dit een noodzakelijke vooruitgang. Maar bij nadere lezing van de tekst komt een fascinerende asymmetrie aan het licht. Terwijl aanvragers AI mogen gebruiken (op voorwaarde dat ze controleren op vooringenomenheid en fouten), is het adviseurs uitdrukkelijk verboden deze tools te gebruiken in hun beoordelingsproces. Onder verwijzing naar geheimhoudingsverplichtingen (artikel 2:5 Awb) en de classificatie "hoog risico" in de EU-AI-wet, heeft het Fonds commissies beroofd van juist die tools die aanvragers gebruiken om de inhoud te genereren.

Dit creëert een nieuwe realiteit: sollicitanten die zijn uitgerust met waarschijnlijkheidsengines zullen zich presenteren aan menselijke commissies die volledig moeten vertrouwen op analoge intuïtie om het kunstmatige te detecteren.

De "beige" dreiging

We regeren niet alleen om fraude of auteursrechten te bestrijden; we regeren om cultureel voortbestaan te garanderen. Twee recente studies bevestigen wat velen van ons intuïtief al aanvoelden:

  1. Homogenisering: Onderzoekers Doshi en Hauser (2025) ontdekten dat individueel door AI gegenereerde ideeën vaak hoog scoren op kwaliteit, maar dat ze de collectieve diversiteit van oplossingen drastisch verminderen. AI trekt alles naar het statistische gemiddelde.

  2. De 'illusie van creativiteit': een studie uit januari 2026 in Nature Scientific Reports toonde aan dat LLMs weliswaar 'afwijkende' ideeën kunnen produceren, maar moeite hebben met echte conceptuele sprongen– het soort dat avant-gardistische cultuur kenmerkt.

Als onze bestuursstructuren (de adviseurs) niet zijn opgeleid om deze 'beiging' – deze statistische afvlakking van radicale ideeën – te detecteren, lopen we het risico een monocultuur te financieren van zeer competente, perfect geformatteerde, maar creatief dode projecten.

De governancekloof

De huidige richtlijnen behandelen AI voornamelijk als een juridische kwestie en een kwestie van bronvermelding ("Heb je de tool vermeld?"). We moeten het echter behandelen als een kwestie van competentie. Nu adviseurs wettelijk verboden is om aanvragen in AI-tools in te voeren om ze te "controleren" of patronen in duizenden inzendingen te analyseren, verandert de rol van de commissie. Ze kunnen vuur niet met vuur bestrijden. Ze moeten vertrouwen op een nieuw soort "wrijvingstest".

De wrijvingstest voor 2026: als een applicatie 'wrijvingsloos' aanvoelt – als de logica te perfect verloopt, het jargon te gestandaardiseerd is en de risicobeoordeling te evenwichtig aanvoelt – is het waarschijnlijk het product van een waarschijnlijkheidsengine. Menselijke creativiteit is rommelig. Er zitten hiaten in. Er zit 'wrijving' in.

Een voorstel voor commissies

We kunnen de tools niet verbieden, maar we kunnen wel de filter updaten. Culturele bestuursorganen moeten verder gaan dan de 'checklist'-beoordeling van haalbaarheid en beginnen met het indexeren van eigenaardigheden.

  • Vraag naar het 'waarom', niet alleen naar het 'wat': LLMs zijn erg slecht in het uitleggen van persoonlijke motivatie zonder algemeen te klinken.

  • Waardeer de 'ruwe kantjes': we moeten ophouden met het afstraffen van imperfect schrijven als het artistieke idee radicaal is. Een gepolijst voorstel is niet langer een maatstaf voor competentie; het is vaak slechts een maatstaf voor een Pro-abonnement.

De Richtlijn is een goed begin voor naleving. Maar om de ziel van de sector te beschermen, hebben we adviseurs nodig die dapper genoeg zijn om het 'perfect gemiddelde' te verwerpen ten gunste van het 'gebrekkige maar menselijke'.

Referenties

Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. (2026). Richtlijn gebruik generatieve artificial intelligence (GAI). Rotterdam: Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Van kracht vanaf 1 februari 2026.

Doshi, A. R., & Hauser, O. (2025). "Het homogeniserende effect van grote taalmodellen op creatieve diversiteit." ScienceDirect.

Koivisto, M., & Grassini, S. (2026). "Divergent creativity in humans and large language models." Nature Scientific Reports, 16(1).

Colofon & Transparantieverklaring

In strikte naleving van de 'Richtlijn gebruik GAI' (2026) inzake transparantie:

Auteur en eindverantwoordelijke: Jorge Alves Lino.
Gebruikte generatieve tool: Littlebird (System 2.2).
Omvang van de ondersteuning: Onderzoeksverificatie (PDF-analyse), bronsynthese en stilistische kalibratie.
Validatie: De menselijke auteur bevestigt dat deze tekst is gecontroleerd op vooringenomenheid en 'hallucinaties' en verklaart dat de hierin voorgestelde wrijvingstest is gegenereerd door menselijke intuïtie, niet door een waarschijnlijkheidsengine.

Jorge Alves Lino

Jorge Alves Lino-de Wit is een cultureel systeemarchitect die governance onderzoekt als ontwerpmiddel. Hij ontwerpt en bouwt responsieve organisatiestructuren die cultuur in staat stellen te floreren in het digitale tijdperk.

https://jorgealveslino.com
Vorige
Vorige

Bestuur als besturingssysteem | De evaluatie van de provincie Noord-Brabant

Volgende
Volgende

Het einde van het optreden: het contract van de artiest herzien